De economische groei in het Caribisch gebied blijft in 2025 gematigd, met uiteenlopende vooruitzichten per eiland. Antigua en Barbuda verwacht een reële bbp-groei van 3,0%, ondersteund door bouwactiviteiten en herstel van het toerisme. Aruba voorziet 2,2% groei, terwijl de Bahama’s uitkomen op 1,8% en Barbados op 3,0%. De Kaaimaneilanden noteren een groei van 2,2%, gedreven door financiële dienstverlening en vastgoedactiviteit. Deze cijfers weerspiegelen een bredere regionale vertraging onder invloed van mondiale handelsspanningen, waarbij vastgoed een stabiliserende rol speelt via hypotheekverstrekking en infrastructuurprojecten.
Toerisme, een kernmotor van de regio, laat gemengde resultaten zien. Het aantal verblijfstoeristen nam in het eerste kwartaal licht toe, maar dalingen in markten zoals de Bahama’s compenseerden winsten elders. De bouwsector ondersteunt de dynamiek, met opvallende hypotheekgroei in de Bahama’s (plus 44,3% jaar-op-jaar in Q1) en op de Kaaimaneilanden (plus 2,9%). Op Curaçao steeg de bouwactiviteit in 2024 met 9,6%, wat doorwerkt in 2025. De woningprijzen laten uiteenlopende bewegingen zien: Antigua en Barbuda noteerde een stijging van 6,6%, terwijl Aruba en Barbados lichte dalingen kenden van respectievelijk 0,4% en 1,7%.
De rentestanden dragen bij aan dit beeld en blijven stabiel ondanks mondiale onzekerheden. In de Bahama’s bedraagt de gewogen gemiddelde kredietrente 11,30%, met depositorentes van 0,53%. Barbados biedt lagere hypotheekrentes rond 4,34%, wat de betaalbaarheid ondersteunt. De prime rate op de Kaaimaneilanden ligt op 9,09%, terwijl de beleidsrente van de centrale bank op Curaçao 4,75% bedraagt. In gebieden zoals de Amerikaanse Maagdeneilanden volgen de rentes het beleid van de Amerikaanse Federal Reserve en schommelen rond het midden van de 4%. Anguilla en Antigua en Barbuda, onder de Eastern Caribbean Central Bank, hanteren gewogen kredietrentes van circa 6,45–6,86%.
De liquiditeit binnen het banksysteem is over het algemeen voldoende, met hoge buitenlandse valutareserves die in landen als Aruba en Barbados 17–40 weken import dekken. De krediet-depositoverhoudingen zijn laag, zoals 67,4% in Aruba en een overtollige liquiditeit van 24,7% in Barbados, wat wijst op ruime financieringsmogelijkheden. Toch verschilt de vastgoedliquiditeit per markt, beïnvloed door schaalgrootte en regelgeving.
Over het hoofd geziene beperkingen in liquiditeit en rentestabiliteit
Een veelvoorkomende misvatting is dat liquiditeit in het hele Caribisch gebied uniform is. In werkelijkheid zorgen kleine marktomvang en regelgevingskaders voor ongelijkheden in toegang. In offshorecentra zoals de Kaaimaneilanden en de Britse Maagdeneilanden profiteert de liquiditeit van internationale kapitaalstromen, maar wederverkoop van vastgoed kan traag verlopen door beperkte lokale vraag en hoge transactiekosten. Dit wordt vaak onderschat, omdat brede bancaire liquiditeit — zoals overtollige reserves van 19% in de Bahama’s — knelpunten binnen het vastgoed verhult.
Programma’s voor burgerschap door investering, met name in Antigua en Barbuda, voegen extra complexiteit toe. Hoewel zij kapitaal aantrekken, beperken verplichte aanhoudperiodes van 3–7 jaar de doorverkoop, wat leidt tot ondiepe secundaire markten. Overdrachtsbelastingen (5–18,5%) en commissies (circa 6%) drukken het rendement verder, een factor die vaak wordt onderschat ten gunste van verwachte opbrengsten. Daartegenover staan markten zonder CBI-programma’s, zoals Barbados of Aruba, waar de doorstroming beter is, maar waar investeerders risico’s van natuurrampen soms verkeerd inschatten, wat tijdelijk transacties kan stilleggen.
Stabiele rentestanden vormen een ander onderbelicht aspect. Met tarieven zoals 4,75% op Curaçao of 6,45% op Anguilla blijft financiering voorspelbaar, maar deze stabiliteit wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd als een signaal voor snelle waardestijging. In werkelijkheid ondersteunt zij een geleidelijke groei, terwijl de inflatie regionaal afneemt tot circa 1,7%. Voor Nederlandse gebieden zoals Bonaire, Sint Eustatius en Saba biedt aansluiting bij het beleid van de Europese Centrale Bank toegang tot lage rentes, maar de beperkte beschikbaarheid van grond remt schaalbaarheid — een nuance die vaak over het hoofd wordt gezien.
Deze misvattingen ontstaan doordat geaggregeerde regionale data eiland-specifieke verschillen verhullen. Zo kan toerisme in de Bahama’s kortetermijnverhuur stimuleren en stabiliteit bieden, maar het compenseert niet volledig de liquiditeitsrisico’s in minder bezochte gebieden zoals Anguilla. Investeerders richten zich vaak op kopcijfers zonder rekening te houden met deze fricties, wat leidt tot verkeerde verwachtingen.
Richtlijnen voor vastgoedprofessionals
Makelaars doen er goed aan lokale renteomgevingen nauwlettend te volgen om cliënten adequaat te adviseren. Op de Kaaimaneilanden, waar de prime rate 9,09% bedraagt, is het raadzaam te focussen op objecten met sterk verhuurpotentieel om financieringskosten te compenseren. In Antigua en Barbuda ligt de nadruk op goedgekeurde projecten binnen burgerschapsprogramma’s, met duidelijke uitleg over aanhoudverplichtingen om liquiditeitsverrassingen te voorkomen. Regelmatige marktanalyses, bijvoorbeeld via rapporten van centrale banken, helpen verschuivingen in krediet-depositoverhoudingen tijdig te signaleren.
Kopers profiteren van focus op liquide segmenten, zoals resortwoningen op Aruba of waterfrontobjecten op de Bahama’s, waar toerisme snellere doorverkoop ondersteunt. Het vooraf meenemen van transactiekosten — inclusief belastingen en vergoedingen — helpt bij realistische langetermijnbeslissingen. Op Curaçao kan de 4,75%-rente worden benut voor financiering, mits men spreidt over objecten met bewezen verhuurhistorie om seizoensschommelingen op te vangen.
Zowel makelaars als kopers doen er goed aan om regelgeving zorgvuldig te toetsen, zoals vergunningen voor buitenlandse eigendom in gebieden als Barbados, die de kosten met 2,5–10% kunnen verhogen. Samenwerking met lokale experts op de Britse Maagdeneilanden of de Amerikaanse Maagdeneilanden helpt om veerkrachtige activa te identificeren binnen stabiele, aan de VS gekoppelde rentemilieus. Tot slot is het verstandig klimaatrisico’s mee te wegen: natuurrampen zoals orkanen kunnen liquiditeit beïnvloeden, terwijl verzekerde en duurzame bouwprojecten op Bonaire de langetermijnwaarde versterken.
Deze benadering stelt marktdeelnemers in staat om met precisie te navigeren door de dynamiek van de regio en stabiele omstandigheden om te zetten in weloverwogen voordelen.